Written by: PRETTIGER LEREN EN WERKEN HHH ZOOMS IN

Students socialising in the lobby of modern university
CTA-News
health hub zoomt in logo

Arno Wilkens | 'Het stellen van kritische vragen stimuleert de creativiteit van studenten'

Een docent die durft te innoveren in het onderwijs. Zo omschrijven studenten Arno Wilkens, die daarom binnen Hogeschool Utrecht ‘Docent van het jaar 2020’ werd. Wilkens geeft les aan de opleiding Communicatie en Multimedia Design en is coördinator van het programma Creatieve Industrie, waar studenten van verschillende opleidingen samenwerken en leren. Health Hub Utrecht praat met hem over zijn manier van lesgeven, over lesgeven in coronatijd en de toekomst van het onderwijs.

Omschrijf jezelf eens als docent?

“Ik houd ervan om studenten uit te dagen door ze zoveel mogelijk echte opdrachten en verantwoordelijkheden te geven. Je moet durven dingen uit handen te geven, zodat ze een probleem zelf oplossen, maar ze daar wel constant bij ondersteunen. Ik zie mijzelf daarin als een coach in plaats van een klassieke docent die een college staat te geven. Studenten komen naar mij toe met heel veel vragen maar ik stel vervolgens vragen terug. Als ze er echt niet uitkomen, dan help ik ze uiteraard. Maar ik wil het eigenaarschap van het leerproces bij hen laten liggen. Ik denk dat dat goed werkt. Ik zie dat studenten er heel erg gemotiveerd door raken.”

Hoe geef jij je studenten verantwoordelijkheid?

“We werken vaak met echte opdrachten. Ik kan dan wel denken: ik ga bij het kennismakingsgesprek zitten om te vertalen wat de opdrachtgever zegt en wat de student zou moeten doen, maar daar ben ik niet zo van. Het is hún opdracht, zíj krijgen de verantwoordelijkheid van zowel mij als van de opdrachtgever om het op te lossen.

Ook laat ik mijn studenten zelf keuzes maken. Als ze met een bepaald probleem zitten, dan kan ik wel een oplossing aanreiken, maar zo werkt het volgens mij niet. Dan wordt het míj́n oplossing in plaats van hún oplossing. Het is hún proces, zij moeten die beslissingen maken. Het enige wat ik kan doen is heel kritische vragen stellen. Als ik denk dat het een waardeloze oplossing is die ze bedacht hebben, ga ik heel veel vragen stellen waardoor ze tot de conclusie komen dat ze misschien iets anders moeten bedenken. Het stellen van kritische vragen stimuleert de creativiteit.”

Het ontwikkelen van creativiteit bij studenten is een van de belangrijkste aspecten van Arno’s werk. Hoe doet hij dat en welke methoden gebruikt hij daarvoor?

“Als coach moet je af en toe heel hard kunnen zijn. Je moet soms eerlijk en duidelijk zeggen dat iets niet goed is en uitleggen waarom het niet goed is. Je moet kunnen zeggen dat je ontevreden of teleurgesteld bent. Studenten moeten voelen dat er iets niet klopt. Ik vind dat leuk om te doen maar ook spannend. Als ze een uur later met tranen in hun ogen bij je komen en zeggen: ‘we snappen nu dat het waardeloos is, maar we weten niet hoe we verder moeten’, dan moet je aan de andere kant ook als mens voor ze klaar staan. Daar moet je een balans in vinden.

Af en toe is dat best lastig. Ik heb soms de neiging om te blijven hangen in ‘het is niet goed genoeg’, want er is altijd nog wel iets wat beter moet, maar je moet niet vergeten om af en toe ook de goede dingen te benoemen. Je moet af en toe heel bewust dikke complimenten geven als het wél goed gaat. En ook regelmatig checken bij studenten hoe jouw kritiek binnenkomt en hoe ze zich erbij voelen. Die balans is voor mij als mens en professional af en toe best even zoeken.”

In deze coronatijd is dat lastiger, checken hoe het met je studenten gaat. Hoe zoek je in deze periode die verbinding?

“Het is nu veel moeilijker om de non-verbale communicatie te lezen. Via een camera zie je gezichten en merk je dat mensen stil worden of niet. Dus je pikt wel iets op wat betreft emoties en gevoelens, maar of het kwartje goed valt en of er misschien nog iets onder de oppervlakte speelt, dat is nu een stuk moeilijker te zien.

Dat maakt dat ik wel eens twijfel. Komt het wel binnen? Heb ik de gevoelige snaar wel geraakt? Heb ik er wel uitgehaald wat erin zit qua ontwikkeling? Dat is wat ik spannend vind. Maar ik probeer dat ook wel eerlijk en open met studenten te bespreken. Daar zet ik nu wel stappen in, maar vond ik in die eerste paar weken wel pittig.”

Behalve dat het iets moeilijker is om écht te weten hoe zijn studenten zich voelen, vindt Arno dat er sinds de coronatijd niet veel veranderd is aan zijn werk, al was het wel even schakelen:

Arno zag het begin van de coronacrisis als een mooi moment om zijn studenten stil te laten staan bij zichzelf.  In een video riep hij ze op om zich af te vragen hoe ze zich voelden, wat de situatie met hen deed en wat ze nodig hadden om verder te kunnen leren en werken.

Door de coronacrisis is het onderwijs de afgelopen tijd op een andere manier ingericht. Hoe zie jij de toekomst van het onderwijs voor je?

“De coronacrisis maakt nu meer dan duidelijk dat we anders over het onderwijs moeten gaan nadenken. Waar we van af moeten is het klassieke massaonderwijs waarbij je gaat zitten luisteren naar iemand die kennis in je hoofd giet, waarna je iets zou moeten kunnen. Daar moeten we van af, zeker in het hbo, waar de ‘b’ staat voor beroepsonderwijs.

Ik denk dat we die beroepstaak veel meer centraal moeten zetten in het onderwijs. Later in een beroep zullen studenten nooit een tentamen hoeven maken of in een klaslokaal zitten. Kortom, daar moeten we met z’n allen over gaan nadenken. Waar leiden we die mensen eigenlijk voor op op een hbo-opleiding? Hoe kunnen we ze tijdens hun opleiding verantwoordelijkheden en ook vertrouwen geven, zodat zij hun taak uitoefenen zoals ze later in hun beroep zouden doen? Hoe kunnen we ze daarbij ondersteunen, de juiste kennis en vaardigheden aanleren en ze zo opleiden tot goede professionals?

Volgens mij moeten we in het hoger onderwijs stoppen met summatieve toetsen en ook stoppen met klaslokalen. Het gaat me er niet om dat studenten niet bij elkaar mogen komen in een klaslokaal. Maar hoe gaan we de fysieke ruimte van een klaslokaal inrichten? We zouden het moeten gaan inrichten zoals het in een beroep ook zou zijn.”

Arno heeft een duidelijke visie op de toekomst van het onderwijs. De beroepstaak moet meer centraal komen te staan en we moeten af van de ‘eilandjescultuur’. Er moet veel meer multidisciplinair samengewerkt worden. Iets wat hij binnen het programma Creatieve Industrie al doet:

Last modified: 22 juni 2020